Vizier Ferwert

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw werd de Ruilverkaveling Ferwerderadeel (8070 hectare) uitgevoerd. Hierin vond de aanleg van een dorpsbos plaats op de plek waar vanaf de middeleeuwen de state Cammingha stond, even buiten het dorp Ferwert. De state had altijd een sterke relatie met de kerk. Ze was voor de aanleg van de provinciale weg rechtstreeks met de kerk verbonden door een laan. Het bijbehorende land grensde aan het geestelijk goed van de parochiekerk en lag deels in de opstrek daarvan. In 1818 is het laatste restant (het poortgebouw) van de state afgebroken.
De Sint Martinuskerk van Ferwert is eeuwenlang een landbaken geweest voor schepen op de Waddenzee. Het gaf de sterke verbondenheid van Ferwert met het wad weer.
Gedurende de hoogtegroei van het bos is vanuit het landschap gezien de kerktoren voor de helft aan het zicht onttrokken. Zodra het bos over enige tijd volgroeid is, zal de kerk volledig uit beeld zijn verdwenen. Er is dan alleen nog maar bos, zonder kerk en zonder state.

Wensbeeld
Staatsbosbeheer – eigenaar van het dorpsbos – ziet graag dat de historische relatie van het stateterrein met de kerk, het dorp en de wadkust meer in het bosontwerp tot uitdrukking wordt gebracht.
De meest rigoreuze oplossing zou zijn het bos volledig te rooien en zo dorp en kerk weer het open landschap terug te geven. Alleen, het bos heeft zich door de jaren als nuttig wandelgebied voor de dorpsbewoners bewezen. Er moet dus meer in de richting van behoud en vernieuwing gezocht worden: behoud van het bos met een heroriëntering van het kerkbeeld in relatie tot het bos en het dijklandschap. Kort gezegd, kerk en dijk moeten in en buiten het bos meer zichtbaar worden.

Zichtlijn
De hoofdvorm van het bos is een open carré, omsloten door brede bossingels. Binnen het carré ligt een akker waar je omheen kunt wandelen. Buiten het carré is overal volop het open landschap met de dijk en de boerderijen zichtbaar. Het dorp met de kerk komt nergens in beeld. Door vanaf de dijk een zichtlijn op de kerk uit te hakken in de noordelijke en zuidelijke bossingel wordt deze in het dijklandschap opgenomen. De kerk wordt zichtbaar vanuit het landschap en in het carré.

We ervaren het bos als een tussen, tussen het dorp en de dijk. Het is als een huis en we geven het ramen waardoor het de aandacht op de kerk en dijk verhevigt. Het bos krijgt zijn plaats door zicht te geven op de omgeving.
Het kappen van de zichtlijn naar de kerk en het plaatsen van zitbanken in deze zichtlijn sluit het bos aan op de kerk vice versa.
Aan het einde van de boslaan op de grens van het bosperceel en de akker kan een ingreep plaatsvinden waardoor het een verblijfsplek wordt. Hier is plek voor een bankje, een grotere bank met vlonder, een amfitheatertje met vloer, hier is zelfs plek voor een beeld. Dit sluit het bos aan op het dijklandschap vice versa.

Er zijn meer mogelijkheden om bos en dorp met elkaar te verknopen.
Één voorbeeld: de tarwe die in het carré wordt verbouwd wordt grondstof voor een door bakker Van der Kloet te bakken ‘Ferwerder bosbrood’.

Wim Boetze en Peter de Kan.